Labs zetten de deuren open

7 jul, 2017

De deeleconomie maakt zich ook meester van laboratoria. Steeds meer organisaties realiseren zich dat hun faciliteiten een groot deel van de tijd niet worden gebruikt en daarom delen ze deze graag met anderen

Bij universiteiten en onderzoeksinstellingen is het al langer gebruikelijk: meettijd op die dure elektronenmicroscoop of deeltjesversneller kun je elders huren. Maar niet alleen apparatuur staat soms stil, merkte Maarten van Dongen van LabForRent. ‘Er is een groot aanbod aan slecht benutte laboratoriumruimte en ook een grote vraag van bijvoorbeeld startende ondernemingen die uit geldgebrek en flexibiliteit liever een lab huren. Vraag en aanbod van laboratoria kwamen voorheen samen door een netwerk, maar startende en buitenlandse ondernemingen hebben dat niet,’ aldus Van Dongen. LabForRent biedt daarom sinds twee jaar een online marktplaats voor het delen van je labruimte en faciliteiten, het zogeheten ‘facility sharing’. Aanvankelijk ging het om leegstaande labs, maar er vindt een verschuiving plaats, zegt Van Dongen. ‘Men verhuurt nu ook apparatuur en expertise.’

Kennis en vertrouwen

Labs die hun faciliteiten openstellen doen dat meestal omdat ze verwachten dat dit samenwerking en innovatie op gang brengt. Kennisuitwisseling is daarbij belangrijk. Dat blijkt uit een onderzoek van LabForRent binnen hun netwerk. Op de tweede plaats speelt efficiëntie een rol. Men realiseert zich steeds meer dat het zonde is om dure apparatuur stil te laten staan en het verhuur levert financieel ook nog wat op.

Nadelen zijn er ook. Wie zijn deuren openstelt, moet er wel vertrouwen in hebben dat de huurder zich netjes gedraagt. Bovendien kan IP in de weg zitten. Slechts éénvijfde van de labs zet daarom zonder voorbehoud de deur open. De meesten labs bieden aan om het onderzoek samen te verrichten en daarbij expertise te delen.

Het grootste bezwaar tegen facility sharing blijkt echter de planning. Als apparatuur verhuurd wordt, moeten de eigen, interne onderzoekers hun experimenten beter plannen. ‘En als de experimenten van de klant uitlopen heb je een conflict,’ vat Van Dongen samen. Eenderde van de ondervraagde labs delen daarom hun faciliteiten liever niet. Opvallend genoeg gaat het daarbij vaak om chemielabs of hightech labs. Life sciences en agro-foodlabs delen wel graag, met uitzondering van bijvoorbeeld cleanrooms of plantenkassen. Van Dongen denkt dat dat met kwetsbaarheid te maken heeft. ‘In dit soort voorzieningen is een besmetting of ander foutje heel kostbaar.’

Landelijk platform

Er zijn veel lokale initiatieven voor het delen van labs en apparatuur, zoals de onderzoekslabs van de TU/e, YES!Delft en het Mercatorgebouw in Nijmegen. Van Dongen pleit echter voor een landelijk platform voor facility sharing. ‘Lokale aanbieders denken vaak: ze weten ons wel te vinden. Een zoekende partij heeft een lijstje wensen. Als hij daarmee aanklopt bij een lokale partij en zijn wensen zijn niet allemaal beschikbaar, dan kan het initiatief doodbloeden. Op een landelijk platform kun je meteen zien waar jouw wensen wel beschikbaar zijn.’

www.labforrent.nl