KatrienKeuneLAB

Keynote lezing: Katrien Keune over Operatie Nachtwacht

Katrien Keune (Rijksmuseum) onderzoekt veroudering en degradatie van pigmenten in kunstwerken. Beter gezegd, in meesterwerken. In haar lezing vertelt ze over haar onderzoek binnen Operatie Nachtwacht.  

‘Als je naar Rembrandts meesterwerk De Nachtwacht kijkt, ziet het er allemaal vrij donker uit, maar heeft Rembrandt dit ook zo bedoeld?’, zegt Katrien Keune, hoofd Science bij het Rijksmuseum. ‘Wat waren de oorspronkelijke kleuren die misschien verdwenen zijn? En hoe kunnen we het schilderij zo goed mogelijk behouden voor de toekomst.’ Keune deed onderzoek naar veroudering en degradatie van de pigmenten in het schilderij in het kader van Operatie Nachtwacht; het grootste onderzoeks- en conservingsproject dat De Nachtwacht ooit heeft ondergaan. Het Rijksmuseum startte dit project in de zomer van 2019, met als doel de conditie en schildertechniek grondig te bestuderen om zo het beste behandelplan voor het grote doek te bepalen. De Nachtwacht werd in situ onderzocht in een glazenhuis op de eregalerij in het volle zicht van het publiek. Er werd gebruik gemaakt van de nieuwste en meest geavanceerde onderzoekstechnieken. Het grootste deel van het onderzoek is vorig jaar afgerond, maar het onderzoek gaat verder. 

Gefascineerd door kunst 

‘Het is fantastisch om met allerlei analytische technieken te kijken naar kunst’, zegt Keune. ‘Bovendien zijn er zoveel aspecten aan dit onderzoek waardoor je samenwerkt met verschillende disciplines uit zowel de beta als de alfa-kant en dat maakt het enorm veelzijdig.’ Keune was altijd al gefascineerd door kunst en wilde heel graag kunst en wetenschap combineren. Vanaf haar promotieonderzoek legde ze zich er helemaal op toe. Inmiddels is ze bijzonder hoogleraar Moleculaire Spectroscopie aan de Universiteit van Amsterdam en met haar afdeling Science werkt ze nauw samen met conservatoren, restauratoren en (technische) kunsthistorici in het onderzoek naar de collectie van het Rijksmuseum.  

Afbraak 

Verfpigmenten en -bindmiddelen in olieverfschilderijen zijn onvermijdelijk onderhevig aan langzame afbraakprocessen die worden veroorzaakt door zowel externe factoren (licht, relatieve vochtigheid, temperatuur en blootstelling aan oplosmiddelen) als interne factoren (co-aanwezigheid van incompatibele pigmentmengsels). Deze complexe processen vinden plaats aan het verfoppervlak of in de verf op microscopisch tot moleculair niveau. Hierdoor kan de kleur van de verf verdwijnen of veranderen, het kan bros worden en er kunnen (micro) scheurtjes ontstaan. In een vergevorderd stadium kan het kunstwerk er heel anders uit komen te zien dan de kunstenaar oorspronkelijk bedoeld heeft.  

Verdwenen objecten 

Het team van Keune gebruikte verschillende XRF-technieken, röntgenfluorescentiespectrometrie, om de samenstelling van chemische elementen in de verf is te bepalen. Met MA-XRF (Macroscopic X-ray Fluorescence scanning) zijn element-kaarten te maken, waarmee je ziet hoe lood, ijzer of calcium verdeeld zijn over het doek. Dit geeft weer informatie over welke pigmenten waar gebruikt zijn. Soms zijn met MA-XRF objecten te zien die niet meer of nauwelijks zichtbaar zijn op het schilderij, door slijtage van de verf (zoals bij het hondje in De Nachtwacht) of doordat de kunstenaar het heeft overgeschilderd.  

Verdwenen kleuren 

Om informatie over degradatie van verschillende pigmenten en de verdeling ervan op het doek te verkrijgen gebruikte het team samen met onderzoekers van de Universiteit Antwerpen macro-XRPD (Macroscopic X-ray Powder Diffraction). Een pigment dat kunstschilders vroeger veel gebruikten voor geelachtige kleuren is het op arseen gebaseerde pigment, orpiment (As2S3). Rembrandt paste het toe in het uitbundige borduurwerk op de jas en mouwen van Van Ruytenburch; de lichte figuur in het midden van het schilderij. Onder invloed van licht oxideert orpiment tot wit arsenoliet (As2O3). Daarnaast gebruikte Rembrandt vaak smalt, een cobalt-houdend silicaat dat een blauwe kleur heeft. Dit pigment in olieverf ontkleurt in de loop van de tijd en wordt grijs.  

‘Met genoemde macroscopische technieken in combinatie met microscopische technieken kun je dingen zichtbaar maken in onderlagen die we met het oog niet meer kunnen waarnemen door degradatie en verkleuring. Vervolgens is het nog wel een puzzel om te achterhalen wat de kunstenaar precies bedoeld heeft. Maar het zijn wel de cadeautjes die we krijgen als we onderzoek doen’, besluit Keune.  

Katrien Keune is keynote spreker tijdens Lab Technology op 12 april. Deze lezing bijwonen? Meld je bezoek hier gratis aan.